Het oordeel over het geloof van de imitator (muqallid)
Aangezien de meeste Ashʿarieten naẓar verplicht stelden, rees de vraag: wat geldt voor iemand die simpelweg gelooft zonder zich bezig te houden met rationeel onderzoek — oftewel een muqallid?
De meerderheid van de Ashʿarieten verplichtte naẓar voor de mukallaf, en de muqallid is iemand die dit niet heeft gedaan.
Zij hebben zes standpunten over dit onderwerp. Het eerste standpunt is dat een muqallid een ongelovige is. Dit is het schijnbare standpunt van Ibn al-ʿArabī en het standpunt van al-Sanūsī in al-Kubrā, al-Wusṭā en Sharḥ Umm al-Barāhīn.
Ik zal in verschillende artikelen bewijs leveren voor hun uitspraken, maar in dit artikel wil ik mij richten op een interessante uitspraak van al-Rāzī, vertaald en geciteerd in Sharḥ al-Sanūsiyyah al-Kubrā, p. 47: “Het correcte standpunt bij ons is dat de muqallid tot de geredden behoort — en dus het Paradijs zal binnengaan. Anders zouden wij de meeste Metgezellen en Opvolgers tot ongelovigen moeten verklaren, aangezien wij met zekerheid weten dat de meesten van hen deze bewijzen niet kenden.”
Van de Metgezellen, de Opvolgers en degenen die hen volgden uit de deugdzame generaties is niet overgeleverd dat zij zich bezighielden met kalām en de gedetailleerde kwesties van naẓar.
Dit is bijzonder interessant, vooral omdat het afkomstig is van al-Rāzī. Hij erkent hiermee namelijk het volgende:
De Metgezellen kenden de geïnnoveerde kalām niet.
De Metgezellen bevonden zich niet op de geloofsleer van de Ashʿarieten.
De Metgezellen geloofden niet in naẓar wa-l-istidlāl op de manier waarop de Ashʿarieten dit beweren.
En een deel van de Ashʿarieten zou, zoals eerder genoemd, takfīr moeten doen op de Metgezellen.